Het kwakzalverlied

   Tekst: Kees Hensbroek 

   Muziek: Harry Al 

   van het  Biks Trio

 

Het was heel lang geleden in ’t arme Brabants land.

Daar leefde eens een kerel zo te zien was hij van stand.

Hij reed op unne wagen en daarop stond een groot vat.

Waarin een wonderdrankje zat dat hij gebrouwen had

Vol passievrucht met alcohol het was heel lekker spul.

Zijn flessen werden goed gevuld want hij was erg gul

 

Refrein:

Koopt  allemaal d’n kwakzalver van Heer Charlatan

Ge zult dan door het leven gaan zo goed en kwaad als ’t kan

Maar één ding dat is zeker, zowaar als ik het U zeg

Ik weet niet of het werkt, maar uw geld dat is nu weg (2x)

 

Bij verkoop van zijn brouwseltje hield hij een heel verhaal.

Zijn drankje was een medicijn ze geloofden  ’t allemaal.

Voor boeren burgers buitenlui voor iedereen te koop.

De uitwerking was onbekend toch gaf het mensen hoop.

Men zag hem vaak in stad en dorp met  wagen en een knol.

Zijn buidel werd zo goed gevuld dat hield hij heel lang vol.  

 

Ooit was hij eens hier in de buurt in ’t dorp Hilvarenbeek.

Waar altijd wel een man of vrouw voor z’n  charmes weer bezweek.

Zo kwam hij ook bij Pieter Bruegel ’n heel leuk restaurant.

Gezelligheid kent daar geen tijd hij werd er vaste klant.

Daar kreeg men hem al heel snel door hij was een charlatan.

Die men tot op vandaag de dag niet meer vertrouwen kan.

 

Door toedoen van zijn handeltje kreeg hij een slechte faam.

Al gauw was men het er mee eens, “Kwakzalver”  werd zijn naam.

Het eerste waar hij toen aan dacht “ik moet hier snel vandaan”

Hij vluchtte naar ’t Belgisch land en alles liet hij staan.

Zijn tonneke staat als bewijs bij Bruegel in de hoek.

En naar ’t geheim recept hiervan is men nog steeds op zoek.